Het opknappen van een verwaarloosde tuin, deel 1

Verwaarloosde tuin, deel 1

O, man. Wat kunnen de zaken toch uit de hand lopen.

Eerst was er de tuinman.

Ik heb in Manchester een grote tuin en die is aardig verwaarloosd. Met dat verwaarlozen ben ik niet begonnen, dat was al toen ik hier kwam. De huisbaas had een tuinman, die een keer per maand langskwam om met zo’n mes aan een stok het gras te maaien en de heggen een beetje binnen de perken te houden en dat was het dan. Eén keer per jaar kwam hij ook langs met de spuit, om het pad onkruidvrij te houden. Daar was ik niet zo van gecharmeerd, maar ja, het was de tuinman van mijn huisbaas, dus wat doe je, hè.

Maar toen kwamen de zomers met de wespennesten. Eerst in de tuin, later in de spouwmuur. En laat deze tuinman nu allergisch zijn voor wespen! Dus: hij kwam niet meer. En toen moest ik het zelf doen.

Dan maar zelf de tuin bijhouden.

Nou ja, dan maar een maaimachine kopen en zelf aan de gang gaan. Net als vroeger, in de tuin van mijn vader. En het grappige is: Ik wilde nooit gras, want dat was veel te veel werk en dat zag ik niet zitten. Maar nu moest ik het doen en ik vond het nog leuk ook. Het is heel dankbaar werk, gras maaien. Je ziet meteen resultaat.

Alleen: zoals bij de meeste mensen was het bij mij druk-druk-druk. Zieke familieleden, gehannes met tieners, Brexit en al dat andere zand dat het leven in de raderen van je eigen georganiseer kan strooien. Nou is het met gras ook niet zo heel erg als je het één keer in de twee weken maait in plaats van elke week. Je krijgt alleen niet zo’n biljartlaken. Ik had ook een heggenschaar geregeld, voor het bijhouden van de coniferenhaag. Die moest ik wel knippen, anders konden we er niet meer door.

Het barstte van de vogels, maar….

Voor de natuur was het prachtig. De tuin barstte van de bloemetjes en de bijtjes en de vogeltjes. Struiken waarvan ik me niet gerealiseerd had dat ze konden bloeien, zoals de Laurierkers, bloeien elk jaar volop.

Achterin de tuin, in het bosdeel, was het helemaal een wirwar van struiken. Geen probleem en hardstikke leuk voor de vogels. Er broedden er nogal wat in mijn tuin. Roodborstjes, merels, winterkoning, staartmees, goudhaantje, zwarte mees, goudvink…. In die dichte massa struiken konden ze veilig broeden. Ondertussen concurreerden de struiken elkaar de tent uit, vechtend om wie het licht krijgt. Scheut voor scheut eiste de bamboe steeds meer ruimte op. Als ik wilde genieten van mijn witte Vlinderstruik en de Sneeuwbal, moest ik bij de buren in de tuin gaan kijken, want daar groeiden ze over de schutting, weggedrukt door de rest. En er kwam nauwelijks een spatje licht op de bosbodem. De Rhododendron bloeide niet meer, omdat het voor hem te donker was geworden. De Skimmia wilde ook nauwelijks meer bloeien. Toch jammer.

En toen kwam Corona.

En toen kwam Corona. Hele horden mensen moesten opeens thuiswerken en -blijven en hele horden mensen ontdekten de geneugten van een tuin. En ook hoe leuk en ontspannend in de tuin werken kan zijn.

Als je thuis bent, ja. Niet als je in een ander land in lockdown zit. Dan kun je wel in de tuin werken, maar niet in die van jezelf. En wat gebeurt er? Als de tuinvrouw van huis is, dansen de struiken je tuin in. Letterlijk. Niet meer door een liefderijke, maar strenge snoeischaar in de hand gehouden, vechten de planten zich letterlijk naar voren en nemen alle vrije ruimte in die ze maar te pakken kunnen krijgen. Dat gebeurt alleen zó langzaam, dat je dat niet meteen in de gaten hebt. Het is meer zo dat je je opeens afvraagt: Hé, ik had toch veel meer licht in de tuin?

Toen we na maanden eindelijk weer thuis kwamen, bleek dat de buren ook aan de tuin hadden laten werken en dat daarbij flinke schade aan onze struiken was aangericht met iets te ongericht gebruik van Roundup. Toen had ik ineens kale plekken in mijn tuin van dooie struiken.

En, totaal onverwacht, kwamen onder die dooie struiken opeens allerlei bloemetjes op. Gewoon van vaste planten, die al die tijd te donker hadden gestaan en nu eindelijk de ruimte kregen om te bloeien.
Die altijd-alleen-maar-groene-tuin- in-de-zomer was nu prachtig roze, van de vaste planten in de border.

Dat smaakte naar meer. En met die kale plekken moest toch iets gebeuren. Dus nu ga ik die tuin eens echt aanpakken. Maar waar te beginnen?

Wordt volgende week vervolgd……

Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.