Kleine conifeertjes worden – groter dan je denkt.

Kleine coniferen

Toen ik jong was – jonger dan nu, in ieder geval – was het een favoriete bezigheid van me. Op een balkon staan bij vrienden die in Amsterdam Zuid woonden en dan kijken naar de binnentuinen. En dan het liefst naar de bomen.

Want vrijwel altijd was er in die binnentuin wel een ceder te vinden. Nou zou je kunnen denken: ‘Nou, en? Amsterdam Zuid, rijke stinkerds, grote binnentuinen met veel plek?’

Nou, die vrienden woonden niet aan de Mozartkade waar de grote villa’s met even grote tuinen staan. Ze woonden in ruime appartementen, dat wel. Die appartementen bevonden zich in grote woonblokken, die een binnentuin omsloten. Maar de meeste binnentuinen hadden in het midden een groot veld met diverse bomen en struiken, die uit een gezamenlijke pot werden onderhouden. Aan de rand had je dan de niet al te kleine, maar beslist geen grote privétuinen voor de mensen op de begane grond.

Dus die ceders, die een jaartje of 30, 40 jaar oud waren, puilden vaak uit het voor hen veel te kleine tuintje. Voor mij een grote bron van leedvermaak. “Hoe konden die mensen nou zo naïef zijn om zo’n grote boom in zo’n bescheiden tuintje te zetten? Die hebben zich een schattig klein cedertje laten aansmeren door het tuincentrum en niet even nagekeken hoe groot zo’n boom nou uiteindelijk wordt! Sukkels!”

Nu, vele jaren later, voel ik het het verlate schaamrood op mijn kaken. Want die mensen konden er meestal helemaal niks aan doen. Tenzij ze hun bomen een beetje kenden. Ze waren slachtoffer van twee zaken.

De eerste zaak: Coniferen groeien toch net een beetje anders dan onze loofbomen. Loofbomen slaan aan en beginnen dan met een flinke groeispurt, die in de loop der jaren afvlakt als ze volwassen zijn, rond een jaar of 30, 40. Gemiddeld dan hè, niet zeuren. Coniferen doen het anders. Die groeien juist de eerste 10 jaar helemaal niet hard en krijgen daarna pas een groeispurt, die langzaam afvlakt als ze volwassen zijn.

De tweede zaak: Aan het einde van de zestiger jaren was de coniferentuin een tijdje enorm populair. Ja, dachten de tuincentra: “Dit is een TuinTrend. Die blijft niet. Over 10 jaar is er weer wat anders in de mode en dan dondert iedereen die coniferen er uit. Als ik nou ga zeggen dat dat conifeertje niet klein blijft, maar 15 meter hoog wordt, dan verkoop ik er geen een. Dan gaan mijn klanten naar de concurrent, die dat niet zegt. En over 10 jaar gooien ze hem toch weg, dus waarom zou ik niet een graantje meepikken?”

Dus wat werd er verteld: De uiteindelijke hoogte van, bijvoorbeeld, Chamaecyparis obtusa ‘Nana Gracilis’ is 60 cm. Met daarachter in hele kleine lettertjes: Na 10 tot 15 jaar. Want daarna gaat hij groeien en wordt hij 3 meter of hoger. En DAT vertelde bijna niemand er bij.

Zo dacht menigeen een mooi blauw cedertje, de Cedrus atlantica ‘Glauca’, te kopen die zo’n 3 meter hoog zou worden. Leuke hoogte voor een boom in een niet al te grote tuin. Ja, die drie meter, dat wordt hij na 10 jaar. Daarna gaat hij lekker aan de gang en groeit hij in de volgende 10 jaar uit tot zeker 15 meter hoog. En uiteindelijk wordt hij zo’n 40 meter. Als het ‘mee’zit.

Ik heb ook zo’n ‘boompje’ in Manchester in de voortuin staan. De huisbazin vertelde me dat het een gift van de tuinman was, jaren geleden. Hij zou niet zo hoog worden. 3 meter maar. Inmiddels steekt hij ruim boven het dak uit en dát is 9 meter. Dit boompje is geen blauw Cedertje, maar een Himalayaceder. Die is nog erger, want die wordt niet alleen 24 meter hoog, maar ook enorm breed van onderen. Hij komt nu al tegen de onderste dakgoot aan. De huisbazin vroeg me fluisterend of het niet verstandiger zou zijn…? Maar niet hardop, want het verwijderen van levende wezens gaat haar aan het hart. Ik begin alleen erg bang te worden dat er niet veel anders op zit. Jammer, want voor de rest is hij erg mooi. Er vallen alleen bij storm wel regelmatig takken uit. Ze had hem nóóit in de tuin gezet als iemand haar van te voren had verteld hoe hoog dat ding nou uiteindelijk wordt.

En elke 10 jaar de tuin omgooien? De meesten van ons hebben het druk en hebben wel wat anders te doen dan elke 10 jaar een nieuwe tuin. Bovendien, het is gewoon zo met veel bomen: Na 10 jaar ben je eraan gehecht en wil je er vaak niet meer vanaf, tenzij ze héél erg onhandig groeien en bijvoorbeeld de dakpannen opzij gaan duwen. Het loont daarom best wel de moeite om dóór te vragen: “Is dat na 10 jaar of is dat zijn uiteindelijke hoogte? En kan ik hem misschien klein houden door hem elk jaar te snoeien?”

Je moet dan wel durven doorvragen èn voorzichtig zijn met het kopen op internet, zeker nu. Tuinieren is op het moment Big Business en op het internet kom ik hem tegen, die Himalayaceder (Cedrus deodara). Bij een trendy shop, als een Blauwe ceder ‘met een laagblijvende, bijna kruipende groeiwijze’. Totale hoogte: van 120 – 140 cm. Dat blijkt de hoogte van het boompje bij aankoop te zijn, inclusief pot: belangrijk voor de verzending. Hoe hoog hij in de tuin wordt? Dat staat er niet bij. Maar er staat ‘laagblijvend’, dat zal toch wel goed zitten?….

Nou….De pot is ca. 27 cm hoog (staat er niet bij, maar ik kan een beetje rekenen), dus het boompje zelf is nu al 1 meter hoog. Wat je ‘kruipende groeiwijze’ noemt….Laagblijvend voor reuzen, bedoelen ze. Of laagblijvend vergeleken met de Atlasceder van 40 meter hoog. En het is een veeg teken, dat hij onder de categorie ‘bomen’ staat….Wees dus gewaarschuwd!

Atlasceder in kleine achtertuin
Atlasceder in kleine achtertuin
Himalayaceder na 20 jaar
Himalayaceder na 20 jaar
Himalayaceder na 25 jaar
Himalayaceder na 25 jaar
Facebook
Pinterest

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.