Peren met en zonder peren

Perenbomen met en zonder peren

De natuur zit vol verrassingen. Hier een verhaal dat niet direct met tuinieren te maken heeft – en ook weer wel.

Kleine bomen voor smalle plekken

Stel je nou eens voor. Je bent een stadsplanner en er moeten nieuwe huizen gebouwd worden. De bedoeling is dat het een gemengde wijk wordt, dus deels flatgebouwen met appartementen en deels eensgezinswoningen, met een tuin. Maar ja, er is niet veel ruimte. Dus veel tuin krijgen de huizen niet, hooguit 40 m2.

Hetzelfde geldt voor de straat. Het wordt een autoluwe wijk. De straten worden smal met eenrichtingsverkeer, anders past het niet. Plannen op de vierkante centimeter. Die straten moeten ook nog groen worden. Dus er moeten boompjes in. Maar welke? Geen iepen. Die worden toch gauw 20 meter hoog en niet te vergeten breed en zoveel ruimte is er niet in de straatjes. Nee, het wordt wat anders: Perenbomen.

Perenbomen? Voedselbos? Nee, daar had het niet zoveel mee te maken. Dat hele voedselbos idee was toen nog niet ‘in’. Nee, die perenbomen hadden met iets anders te maken.

Bomenmodes

Landschapsarchitecten en stadsplanners volgen onbewust modes. Zo was er begin jaren negentig een ‘inheemse bomen’ mode. Toen plantte iedereen eiken. Maar eiken zijn te groot voor kleine straatjes. Voor smalle straatjes schreef de mode Perenbomen voor. Die hadden een smalle kroon en ze bloeiden zo mooi wil in het voorjaar. Maar ja, wat moet je met die peren?

Maar dat viel mee. Kwekers waren er in geslaagd om enkele cultivars van Perenbomen te kweken die géén peren hadden. De Chanticleer-peer. Mooie smalle kroon, mooie witte bloesem en géén peren. Mooi! Die moesten het worden! En zo geschiedde.

Ik wil geen peren en ik krijg ze wel

Alleen…dat peren zonder peren bleek bij sommige Chanticleer-perenbomen een beetje tegen te vallen. Zo ook bij de perenbomen in de bewuste wijk. Ze zaten tot ieders’ verrassing vol met peertjes.

In het begin was dat geen probleem. De meeste mensen vonden het wel grappig. Het was wat minder toen er mensen kwamen die met stokken de peertjes uit de bomen begonnen te slaan, om ze te verzamelen. Dat hield gelukkig snel op, want helaas bleken de peertjes niet te vreten te zijn. Wat de wildplukkers ook probeerden: langer laten rijpen, koken, op alcohol…niets hielp. De peertjes van de Chanticleer smaakten melig.

Die Perenbomen staan er inmiddels niet meer. Het was allemaal toch te lastig, peren in de bomen als je geen peren wil

Maar ik wil juist peren en ik krijg ze niet!

Een van de bewoners van die bewuste wijk heet Luuk. Luuk zat met jaloezie naar die Chanticleer-perenbomen te kijken. Hij had ook een perenboom in zijn tuin staan. Voor de peren. Maar daar groeiden nou weer geen peren aan! En aan die peerloze perenbomen groeiden ze wel! Om gek van te worden.

Zijn buurvrouw Erica had daar wel een idee over. “Jouw perenboom bloeit toch?” zei ze. Dat klopte, gaf Luuk toe. “Nou, maar het heeft wel gevroren, toen ze de perenbomen in bloei stonden. En dan bevriezen ze en dan krijg je geen peren. Want dan vriest de bloesem dood. Is toch zo, he, Wilhelmina?”

Een perenboom is geen perenboom

Buurvrouw Wilhelmina gaf toe dat het klopte. Alleen, of dat nou het enige probleem was…”Jij hebt toch een oud perenras, Luuk?” “Ja”, zei Luuk, “een Juttenpeer”. “Aha!” zei Wilhelmina. “Ja, die had ik eerst ook, bij mijn oude huis. En daar kreeg ik ook geen peren aan. Want dan heb je nog een andere perenboom nodig. Van het juiste ras. Anders krijg je geen peren.”

“O, en welk ras heb je dan nodig?” vroeg Luuk. “Weet ik veel”, zei Wilhelmina. “Ik heb hem omgezaagd. Ik vind dat te lastig hoor. Vraag het aan een kweker.”

“Maar dat weet ik wel:, viel Erica in. “Het ras Conference bestuift de Juttenpeer. En bij Loes en Martijn hebben ze er een in de tuin staan. Dus dat kan het niet zijn.”

“Hoe weet jij dat nou?” vroeg Wilhelmina. “Jij hebt toch helemaal geen perenbomen?” “Nee”, zei Erica. “Maar ik wilde ze wel, toen we hier kwamen wonen. Toen heb ik met een fruitboomkweker gepraat. Maar toen ik dat hoorde, dat ik twee bomen nodig had, toen zag ik er vanaf, want dat vond ik gedoe. Conference koop ik ieder jaar in de supermarkt, dus dat heb ik onthouden. Er waren nog meer rassen die je kon gebruiken, maar dat weet ik niet meer.”

De Perenpuberteit

“En soms duurt het een flinke tijd voordat perenbomen peren geven” zei Wilhelmina tegen Luuk. “Misschien is dat het. Tien jaar, heb ik wel gehoord.”

“Ja,” zei Erica, “Dat zei die man ook. Ze moeten eerst oud genoeg zijn.” “Het lijkt wel of ze in de puberteit moeten komen”, lachte Wilhelmina. “De perenpuberteit! Is jouw boom al een puber, Luuk?”

“Weet ik niet”, zei Luuk. “Ik heb hem nou 3 jaar, maar ik weet niet hoe oud hij was toen ik hem kocht.” Hij zuchtte nog eens diep. En hij keek nog eens jaloers naar de Chanticleer-peertjes. En hoopte dat zijn peren nog even moeten wachten op de Perenpuberteit….

Perenbomen

Ik zou het leuk vinden als dit blog je heeft geïnspireerd. Zou je dat met mij willen delen?

Kun je wel wat hulp gebruiken bij natuurlijk tuinieren? Wil je meer weten over de planten en dieren in jouw tuin? Wij helpen je hier graag bij!
Wij hebben een zeer waardevolle Persoonlijke en Interactieve Tuinkalender ontwikkeld, afgekort PIT, met online support.
>>Hier kun je zien wat PIT jou kan bieden<<

Ook geven wij met enige regelmaat gratis het webinar “Snoeien”. De kennis uit het webinar kun je direct toepassen in je eigen tuin waarmee je zelfverzekerd je bomen en struiken kunt snoeien.
>>Hier kun je je direct opgeven<<

Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.