Tuin inrichten, let op kleuren

Tuin inrichten

Gezichtsbedrog.

Een van de dingen waar ik dól op ben is gezichtsbedrog. Je weet wel, die grappige plaatjes. 3 parallelle lijnen met een schuine streep er doorheen – en opeens lijken ze niet parallel meer. Twee even grote mannetjes met daarnaast een rij kleiner wordende huizen – en het achterste mannetje, dat naast het kleine huis staat en er boven uit steekt, lijkt groter. Even grote witte en zwarte blokjes naast elkaar – en de witte blokjes lijken groter dan de zwarte.

Gek genoeg: die reactie blijf ik houden. Ik stink er alleen niet meer in omdat ik een stemmetje in mijn hoofd heb die me waarschuwt: Je hebt dit eerder gezien. Daar was iets mee. Dat geldt niet voor die tekening met die mannetjes en dat rijtje huizen. Zelfs als je niet goed naar die tekening kijkt, weet je dat er iets mis mee is. Er ‘wringt’ iets. Maar bij die andere twee, de parallelle lijnen en de blokjes: Ik moet blijven opletten.

Verhaaltjes.

Dat komt omdat ons brein rare dingen doet. Het brein maakt verhaaltjes. En past iets niet in het verhaaltje, dan kijkt ons brein of we het verhaaltje kunnen aanpassen. Dat lukt niet als het ‘aanpassen’ te groot is, zoals bij de mannetjes en de huisjes. Mannetjes zijn niet groter dan huisjes, dus je brein wéét dat er iets niet klopt.

Bij de parallelle lijnen probeert je brein de scheve lijn recht te maken. De truc van parallelle lijnen is dat de afstand tussen de twee lijnen overal precies even groot is. Dat werkt niet bij de kruisende lijn, omdat die scheef is. En dat klópt ook. Maar je brein zegt: Als die afstand niet hetzelfde is, zijn het geen parallelle lijnen. Dus zijn ze scheef. Gevolg: De lijnen lijken scheef, of krom. Afhankelijk van de ‘verklaring’ die je brein verzint.

De ene kleur is de andere niet.

Iets soortgelijks gaat op voor de blokjes, maar net even anders. Ons brein is gewend om donkere, effen kleuren als achtergrond te zien en te letten op lichte kleuren. De bodem is doorgaans donker. Groen is vaak middel- tot donkergroen. Water is doorgaans middel tot donkerblauw of grijsblauw. Als je brein op dat soort kleuren moet gaan zitten letten, dan heeft het geen tijd meer om nuttiger dingen te doen, zoals werken of naar muziek luisteren of ontspannen. Want ze zijn overal. Dus je brein let er niet op. Maar de zon is geel en de zon is fijn. Zeker in ons soort streken, waar de lucht nogal eens (donker)grijs is. Met regen. Dus van geel worden we vrolijk. Die kleur valt op. Rood staat voor gevaar. Vlammen zijn rood, nou ja, oranjerood. Oranjerood en felrood zien we metéén.

Gezichtsbedrog in de tuin.

En dat geldt ook in de tuin. Ik hou nogal van een bonte mengeling van kleuren, hoe bonter, hoe fijner ik het vind. En dus zette ik overal bloemen met felle kleuren neer in mijn kleine stadstuintje van 40 m2. Vooral tulpen en narcissen. Het zag er fantastisch uit. ‘Dat moet je niet doen’, zei mijn vader, ooit een vakbekwaam hovenier. ‘Felle kleuren maken je tuin kleiner lijken als je ze achterin zet.’

En ik, getraind als natuurwetenschapper, ging dat natuurlijk onmiddellijk uitproberen. Knalrode tulpen kwamen er achter in de tuin. Want die bloeiden maar een paar weken. Dat kon ik vergelijken met de saaie, grijsgroene, lage vaste planten, die ik ook op die plek had geplant. ‘Want’, zei mijn vader, ‘grijsgroen doet verder weg lijken’.

En verdomd, het werkte. Tijdens de bloei van de tulpen leek de tuin extra kort. Het leek of die felle tulpen halverwege de tuin stonden, in plaats van aan het einde. Dat effect verdween nadat ze uitgebloeid waren en de grijsgroene vaste planten de plek overnamen. Die leken twéé keer zo ver weg te staan. Wauw! De tuin leek ineens een stuk langer!

En, plant ik nou nooit meer knalrode bloemen aan het einde van mijn tuin? Ja en nee. Soms kan het me gewoon niet schelen. Maar ik plaats bloemen en planten nu wel meer bewúst op een plek in mijn tuin. Meer bewust van het effect. Het effect van kleuren.

Optische illusies
Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.