Een prachtige voorjaarsplant…maar niet in mijn tuin

Ik kom hier aan een teer punt. Er zijn van die dingen waar je liever niet over na wil denken, maar soms moet je wel.

Ik was een paar dagen bij een vriendin in het Hoge Noorden en we liepen, omdat ik dat graag doe, een ‘rondje door de buurt’. Tuintjes kijken.

Het was geen bijzondere buurt. Jaren ’80 woningen met een klein voortuintje en een redelijke achtertuin. Die achtertuinen zijn allemaal verborgen achter houten schuttingen. Maar de voortuintjes zijn goed te zien. En daar zijn pareltjes onder. Met hele leuke bloemen.

“Moet je kijken”, zei mijn vriendin. “Bij de buren staat toch zo’n leuke plant. Zomaar aan de straat. En verderop in de tuin staat een andere, zie je wel? Die is net iets meer roze”.

Dat had ze goed gezien. Dat is inderdaad een prachtige plant. Een van mijn favoriete tuinplanten.

De Akelei.

Die tuinplant is een beetje ouderwets, maar dat soort dingen zal me so wie so worst wezen. Gladiolen vond ik ook altijd mooi. “Begrafenisbloemen”, zei mijn moeder. En ik dacht: Nou, en? Rozen worden toch ook veel gebruikt in begrafenisboeketten? En die vond ze wel mooi.

Maar de Akelei vonden we allebei prachtig. En het is ook een prachtige bloem.

Het is een ingewikkelde constructie van een hoedje en een buisje dat uitsteekt. Het is een beetje een spoor, zoals de riddersporen hebben, maar dan weer heel anders. Het is best een gecompliceerd bloemetje.

Dus ik de volgende dag er nog een keer langs, nu met camera. Ik heb al best een aantal foto’s van Akeleienbloemen, maar deze was natuurlijk weer nèt even anders. En dus: klik-klik-klik.

“Goh”, zei mijn vriendin, “zal ik hem even omdraaien, dan kun je het bloemetje ook van onderen fotograferen”. “Ja, graag”, zei ik, en zo geschiedde. Ze liet het bloemetje bijna uit haar handen vallen van verbazing. “Goh”, zei ze, “wat prachtig, wauw! De bloemetjes zijn onderin aan elkaar vastgegroeid. Dat had ik niet verwacht.”

En dat is ook zo. Het is zo’n byzondere bloemconstructie, ik kan naar naar blijven kijken.

Akeleien zijn doorgaans vaste planten. Ze bloeien maar kort, in mei en een deel van juni, maar dan heb je ook wat. Ze hebben fijn blad wat een beetje aan een uit de kluiten gewassen Venushaar doet denken, maar Venushaar is een varen en de Akelei beslist niet. In Zuid-Limburg kun je, als je mazzel hebt, de Akelei ook in het wild tegenkomen. Het bloemetje is dan een flink stuk kleiner en simpeler van opzet, maar nog steeds vier kelkje met sporen die aan elkaar zijn gegroeid. Prachtig.

Toen ik een tuin kreeg, zette ik er dan ook een Akelei in. Maar die wilde niet groeien. Ik probeerde het nog een keer. Zelfde verhaal. En dat terwijl mijn tuin goed doorlatend is, waar een Akelei prijs op stelt. En volgens de boeken is-tie qua grondsoort verder niet kieskeurig. Waarschijnlijk heb ik hem net iets te zonnig gezet, want daar is de Akelei geen groot liefhebber van. Het is net een oude dame: Zon, graag, maar niet de hele dag. Ze houdt het liefst van de halfschaduw.

In mijn tuin in Manchester stonden er drie. Twee donker oudroze, en een donkerblauwpaarse. Ik heb er 10 jaar van mogen genieten en genieten deed ik.

En bij mijn vriendin genoot ik weer. Wat is het toch een prachtige bloem, die Akelei. Nou nog eentje in mijn Amsterdamse tuin…

Ik zou het leuk vinden als dit blog je heeft geïnspireerd. Zou je dat met mij willen delen?

Geniet je van mijn tuinverhalen en wil je ze iedere week gratis in je mailbox ontvangen?
Druk dan op de knop hieronder, zo simpel is het.

N.B. De teksten op deze site, inclusief dit blog, zijn door mijzelf of José geschreven en mogen niet gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming, ook niet om AI te trainen. 

Omdat ik ze tegenwoordig weer op Facebook deel, kun jij dat ook gerust doen.

Facebook
Pinterest

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *