Het is volop vakantie en ook ik ben weggeweest. Naar Noord-Griekenland. Naar een relatief eenvoudig hotel. Dat hotel had een ruime tuin (lees: gazon) met daarin een aantal jonge bomen, struiken en hagen. Die bomen waren net groot genoeg om wat schaduw te geven en daar waren ze ook voor geplant.
Het hotel lag op loopafstand van het strand maar werd omringd door boerengebied. Dat vond ik wel leuk, want daardoor werd de tuin bezocht door veel vogels. Al zittend onder een boom heb ik regelmatig een Groene specht gehoord en Torenvalken langzaam over de tuin zien zweven. Ook kwam er een troepje Puttertjes langs. De jonge Ooievaar die net achter de heg aan het doen was alsof hij er niet was vond ik ook heel grappig.
Maar het meest grappig waren de Huismussen en de Boerenzwaluwen.
De Huismussen hadden net op het terrein gebroed en waren nu bezig hun ‘tienerjonkies’ groot te brengen. Mussen zijn zaadeters, maar jonge Mussen eten insekten. Eerst kleine mugjes en vliegjes. Die vinden hun ouders in hagen, zoals de hagen die rond het hotelterrein stonden. Als de jonge Mussen ‘tieners’ worden, worden grotere insekten gezocht.
Bij ons zochten ze Emelten, de larven van Langpootmuggen. Ik hèb wat Mussen met Emelten in hun bek gezien, die even later in de bek van bedelende jonkies terecht kwamen. Ik wist dat Spreeuwen zeer grote hoeveelheden Emelten verorberden, maar Mussen kunnen dus ook wat van. In ieder geval in Griekenland.
Aangezien Emelten lelijke gele plekken in je gazonnetje kunnen maken, omdat ze de wortels van planten en gras opeten, is dat gesnack van die Mussen dus goed nieuws voor tuinbezitters. Dat vond het hotel ook, want de Mussen werd geen strobreed in de weg gelegd.
In de hoteltuin stond ook een zwembad van bescheiden afmetingen, waar je tussen 11 en 19 uur mocht zwemmen, want dan was er toezicht. Daarbuiten mocht het niet.
Dat vond ik in het begin wel vervelend, maar had ik al snel vrede mee. Want even na zevenen kwamen er andere bezoekers: Boerenzwaluwen. De mensen waren weg, de Zwaluwkroeg was open.
Vanuit diverse richtingen zag je ze aan komen vliegen. Daarna keerden ze naar het noorden, waar het hokje was van de badmeester – die er dus nu niet meer was- draaiden zich om en kwamen laag over het water aanscheren, totdat ze net zo laag waren, dat ze hun ondersnavel in het water konden laten hangen. Hup, die volgeschept met zwembadwater en omhoog gingen ze weer.
Af en toe zag je eentje aankomen en hoorde je daarna een plons. Dat was een jonge Zwaluw, die het allemaal nog niet zo goed onder de knie had. Zijn mooie gevorkte staart was dan ook niet zo goed ontwikkeld en die staart gebruiken ze om te sturen. Het was allemaal geen ramp, want het jong steeg daarna gewoon uit het zwembad op. Zonder water in zijn snavel, maar wel in zijn buikveren.
Jonge mensentieners zien doorgaans niet in waarom iets NIET zou kunnen. Onder de Mussen was er een tienermus die de Zwaluwen zo zag drinken en niet inzag waarom zij dat ook niet zou kunnen doen. Het water van het zwembad lag voor haar net te diep om zo uit te kunnen drinken, ze had dorst en zag de Zwaluwen hun buikje volscheppen met heerlijk water.
Het was simpel, toch? Even laag aan komen vliegen boven het water en dan hup, je snavel in het water en opstijgen.
Zij vergat alleen één klein dingetje. Dat laag horizontaal aan komen zweven over het water, daar zijn Mussen niet echt op gebouwd. En die prachtige staartveren waarmee je zo mooi kan precisiesturen hebben ze ook niet.
Dus toen onze dappere Mus het er -als enige van de hele Mussenfamilie – toch op waagde, leverde dat haar geen bekje met water, maar wel een natte staart op. Maar ze gaf het niet op.
Twee dagen later zaten we onder een boom, toen we opeens een aantal druppeltjes op ons voelden. Omdat het niet regende en er geen sproeier dichtbij stond, keken we verbaasd naar boven. Daar zat onze dappere Mus. Zo te zien had zij nog steeds geen bek met water kunnen opscheppen, maar ze was nu wel gevorderd tot een natte buik in plaats van een natte staart. Net als de plonsende jonge Boerenzwaluwen.
We vonden het bijna jammer dat we niet hebben kunnen meemaken of onze Mus nog het water scheppen met de snavel onder de knie heeft gekregen.
Om de capriolen van Boerenzwaluwen in je eigen tuin te kunnen zien is nog niet zo makkelijk, ook al heb je een zwembad. De Zwaluwen moeten allereerst wel in de buurt zijn en moeten ten tweede een vrije aanvliegroute hebben om laag over het water te kunnen scheren.
Mussen in je tuin krijgen is makkelijker. Vervang een deel van je schuttingen door hagen, liefst een beetje gemengd, en zorg voor nestgelegenheid. En een stukje grasveld voor de Emelten. Voor de tienerjonkies.
Veel succes!
Ik zou het leuk vinden als dit blog je heeft geïnspireerd. Zou je dat met mij willen delen?
Geniet je van mijn tuinverhalen en wil je ze iedere week gratis in je mailbox ontvangen?
Druk dan op de knop hieronder, zo simpel is het.
N.B. De teksten op deze site, inclusief dit blog, zijn door mijzelf of José geschreven en mogen niet gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming, ook niet om AI te trainen.
Omdat ik ze tegenwoordig weer op Facebook deel, kun jij dat ook gerust doen.








