Bij ons in de buurt hebben we een plantsoentje. Het overgrote deel ervan is speelveld, maar langs de rand staan ook wat vakken met heestertjes en planten. Het plantsoentje is wat we vroeger ‘verwaarloosd’ zouden noemen: Het speelveld wordt niet meer elke week gemaaid en de heestervakken worden heel af en toe bijgehouden.
Dat heeft alleen maar voordelen: Niet meer ‘s ochtends om 7 uur wakker worden van de maaimachine en het gazon wordt steeds rijker aan bloemen. In de heestervakken staan wel wat spontaan opgekomen planten – vroeger noemden we dat onkruid- maar een kniesoor die er op let. Goed voor de biodiversiteit en de kinderen kunnen weer bloemen plukken. Maar er zijn grenzen.
Toen ik laatst weer eens langs het plantsoentje liep, zag ik dat er iemand driftig aan het spitten was tussen de leuke gele Heesterganzerikstruikjes. Omdat deze dame er niet uitzag als iemand die beroepsmatig het plantsoen bijhield en ik een nieuwsgierig mens ben, vroeg ik wat ze aan het doen was.
Ze was Aardpeer aan het planten. Ook wel bekend als Topinamboer of Jeruzalem Artisjok. “Ja”, zei ze, “Het wordt te vol in mijn tuin, ze breiden zich nogal uit”. “Ja”, zei ik lachend, “dat doen ze. En dan zet je ze hier in het plantsoen. Dan kunnen ze zich hier uitbreiden”. “Nou”, zei ze weer, “Dan kunnen mensen ze oogsten” En dat meende ze serieus.
Jongens, jongens, jongens. Ik snap het. Planten zijn levende wezens en het gaat ons aan het hart om ze op de composthoop of in de biobak te dumpen. We gunnen ze graag het leven. Maar bedenk nou eens waar je mee bezig bent.
Aardpeer groeit als kool. Nee, vergeleken met Aardpeer is Kool een trage groeier. Je haalt de Aardpeerplant uit je tuin omdat je de groei in je eigen tuin niet bij kunt eten, zo hard groeit hij. En dan maak je een nieuwe plek in het plantsoen, ‘voor de buurt.’
Maar die Aardpeer die je in het plantsoen zet ga jij niet eten, want je hebt meer dan genoeg Aardpeer in je tuin groeien. De helft van de buren weet niet dat er Aardpeer in het plantsoen groeit en dat ze daarvan mogen oogsten, want je hebt aan niemand gevraagd of het een goed idee was als je daar Aardpeer neerzet. Denk je nu echt dat die lui in het plantsoen Aardperen gaan opgraven? De andere helft van de buren wil niet uit het plantsoen eten vanwege de hondjes die daar af en toe toch lopen en de katten waar het van barst.
Dus wat gaat er gebeuren? Binnen enkele jaren is die leuke Heesterganzerik overwoekerd door een Aardpeerveld dat alleen met veel pijn en moeite te verwijderen is. Cadeautje voor de buurt dat ze kunnen missen als kiespijn.
De Aardpeer was niet de enige gedumpte plant in dat plantsoentje. Heel onopvallend stonden er ook nog twee Lavendelstruiken te kwarren. Lavendelstruiken breiden zich gelukkig niet uit, dus dat was minder erg. Maar Lavendelstruiken moeten eigenlijk elk voorjaar deskundig gesnoeid worden om te voorkomen dat ze uitgroeien tot houtige struiken van 2,5 meter groot met bovenin een toef bladeren en bloemen. En dat gaat niet gebeuren.
Want wie gaat dat doen? De voormalige eigenaar? De Lavendel is daar duidelijk neergezet omdat de voormalige eigenaar of eigenares dat snoeien niet onder de knie had. En geen zin had in verhoute Lavendelstruiken in de eigen tuin, maar het ‘zonde’ vond om ze weg te gooien.
De Gemeente? Die gaat die Lavendelstruiken niet snoeien, want die heeft elk jaar steeds minder geld voor groenonderhoud. Ze weet trouwens niet eens dat die Lavendelstruiken er staan, want dat is, net als die geplante Aardpeer, niet met de Gemeente overlegd.
Nou ja, Lavendel groeit erg langzaam, dus voordat ze groot zijn duurt een tijd. Maar toch…
Dat de plantsoenen er tegenwoordig niet strak in het gelid bij staan wil nog niet zeggen dat jij daar maar de planten die je niet weg durft te gooien kan dumpen, pardon planten. Daar is het openbare plantsoen niet voor. Dat is niet jouw ‘extra tuin’. Jouw buren hoeven niet te worden opgescheept met planten die teveel waren of niet goed genoeg meer waren voor je eigen tuin.
Je maakt jezelf wijs dat je je planten nu met respect behandelt. Maar dat doe je niet, want je dumpt ze in het plantsoen.
Nee. Ga voor de spiegel staan, kijk jezelf aan, haal diep adem en zeg dan hardop: “Ik zal moeten accepteren dat ik planten weg moet gooien als ik ze niet meer wil hebben”.
Wil je planten met respect behandelen? Zorg er dan voor dat je ze composteert of in de biobak gooit, niet in de vuilnisbak. Dan blijven ze onderdeel van de Groene Kringloop en geven ze weer leven aan andere planten.
En dat is ook respect.
N.B. De teksten op deze site, inclusief dit blog, zijn door mijzelf of José geschreven en mogen niet gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming, ook niet om AI te trainen.
Dit klinkt harder dan ik bedoel, maar ik weet niet hoe ik moet zeggen dat je dat best wel met iemand mag delen, maar dat helaas Facebook tegenwoordig een no-no is sinds ze hun voorwaarden hebben aangepast. Grrr.
Ik zou het leuk vinden als dit blog je heeft geïnspireerd. Zou je dat met mij willen delen?
Geniet je van mijn tuinverhalen en wil je ze iedere week gratis in je mailbox ontvangen?
Druk dan op de knop hieronder, zo simpel is het.










2 reacties
Ik kan me vinden in wat je schrijft. Ik wil je wel iets vragen: wat vind je van het strooien van bloemenzaadjes in het openbaar groen?
Hallo Nynke, dat hangt er wat mij betreft helemaal van af waarom je het doet en waar. Als een vorm van rebellie tegen een saai plantsoen snap ik het helemaal. In een natuurgebied vind ik het niet goed, want dan verstoor je de natuur.
Met alle goede bedoelingen gaat er wel eens iets fout, natuurlijk.
Waar ik bij de mevrouw bezwaar tegen had, was dat ze een plant in het plantsoen zette waarvan ze WIST dat die zich enorm ging uitbreiden. Als je dat van tevoren weet, moet je het niet doen.
Ik hoop dat dat helpt…